Na lang zwoegen verscheen in 2014 Volmaakt monster, zijn eerste verhalenbundel, bij uitgeverij Zilverspoor. Al snel volgden er nog twee verhalenbundels alsook een trilogie voor kinderen onder de naam ‘De Gruweltoren’. Hoewel Tom nooit de ambitie had om kinderboeken te schrijven, bleek het een hele goede manier om de stiel nog beter onder de knie te krijgen. De Gruweltoren was in die mate succesvol dat Tom werd opgevist door een grote uitgeverij waarvoor hij opnieuw enkele kinderboeken schreef, waaronder Duisterhuys. Dit boek werd prompt geselecteerd voor de leesjury en betekende het begin van een lange reeks lezingen overal in Vlaanderen. Gaandeweg besefte hij dat het bedenken van verhalen datgene was wat hij het liefste deed en waar hij ook alsmaar beter in werd. Uiteindelijk slaagde hij erin om zijn (nieuwe) droom te verwezenlijken: met Zerk publiceerde hij in 2024 zijn eerste horrorroman voor volwassenen. Het boek behoorde volgens De Morgen tot de top vijf enge boeken van het jaar. Terugkerende thema’s in de boeken van Tom zijn: de schoonheid van verval, subversieve kunst, ongezonde obsessies en de metamorfose van het lichaam.
Aangezien het niet eenvoudig is om van de pen te leven, werkt Tom daarnaast nog in een bibliotheek in Antwerpen. Kortom, hij zit 24/7 met zijn neus tussen de boeken. De titels die hem het meest overdonderden waren: The Beach (Alex Garland, 1996), The Divine Farce (Michael S.A. Graziano, 2009), Solaris (Stanislaw Lem, 1961), High Rise (J.G. Ballard, 1975), Crash (J.G. Ballard, 1973), Microserfs (Douglas Coupland, 1995), Lord of the Flies (William Golding, 1954), Haunted (Chuck Palahniuk, 2005), The Shards (Bret Easton Ellis, 2023) en De Toverberg (Thomas Mann, 1924). Uiteraard is hij nog steeds gepassioneerd door obscure horrorfilms. Elk jaar rond Halloween houdt hij een marathon van dertien films. Om al die indrukken te verwerken, zondert hij zich af en toe voor langere tijd af in de stilte van een uitgestrekt woud.